Rouwverwerking
Je verliest iemand waar je een band mee hebt, dit kan je kind zijn, je partner, je vader, je moeder, je oma of opa of een goede vriendin of vriend, een collega of een buur.
De band die je met de persoon hebt die overleden is maakt de intensiteit van je rouwverwerking.
Sociale steun uit de directe omgeving is erg belangrijk voor het verwerkingsproces. Wij mensen zijn sociale wezens en we hebben behoefte ons te uiten over zaken die ons bezighouden.
Steunend kan zijn: luisteren, aanwezig zijn, warmte bieden, initiatief tonen, evalueren.
Als je een dierbare verliest door overlijden dan ga je door een rouwproces.
Dit kan er als volgt uitzien:
• ongeloof, ontreddering, schok, actie en daadkracht omdat er veel geregeld moet worden.
• desoriëntatie, onszelf verliezen, rusteloosheid, niet bevatten van de werkelijkheid, concentratieverlies, slecht slapen, medeleven is er vaak nog in deze fase.
• confrontatie met de werkelijkheid, ontkenning, ontwaken, veel gevoelens komen voorbij, instabiliteit.
• opstandigheid, boosheid, waarom vragen, afzetten, de omgeving gaat langzaam weer een beroep op je doen.
• na veel verdriet, tobben, lange weg van zoeken, bewustwording dat je dierbare er niet meer lijfelijk is, je komt langzaam terug in het heden.
• moed om je weer op de toekomst te gaan richten, zonder je dierbare, integratie maar niet altijd acceptatie.
Rouwtaken
• Het aanvaarden van het verlies.
• Het voelen van de pijn die het gevolg is van het verlies.
• Het aanpassen aan een leven en een situatie waar de overleden dierbare geen deel meer van uitmaakt.
• De overledene emotioneel een plek geven en verder leven zonder de overleden.
Rouw kan gecompliceerd worden wanneer je een langdurig intens verlangen naar de overledene houdt, aanhoudend ongeloof en onvermogen